18
mei
13

aforismen (iv)

.
.

dh3

.

+++

Onschuld heeft altijd betrekking op onze lichamelijkheid, schuld op onze geestelijkheid.

+++

Brussels Airport is nu met reden de nieuwe ‘koningin der badsteden’. Op het Klein Strand van Zaventem staat het ondertussen reeds vol verdwaalpalen. De gretige meeuwen dragen er zonnebrillen.

+++

Zou vandaag nog gelden dat wanneer je naar het Westen reist, je onvermijdelijk in het Oosten terechtkomt (en vice versa)? In ieder geval heeft niemand het ooit in zijn hoofd gehaald om het Zuiden te willen bereiken door naar het Noorden te reizen (en vice versa).

+++

Het aantal fobieën is het laatste decennium sterk toegenomen: homofobie, islamofobie, etc. Elke mening die niet strookt (ja, met wat?) krijgt meteen het etiket van een geestesziekte opgeplakt en dit net door lieden die zich blijkbaar nog levendig herinneren dat destijds ‘dissidenten’ in de Sovjet-Unie meteen behandeld werden voor een inheemse vorm van schizofrenie. Maar we moeten het geografisch niet zo ver gaan zoeken. ‘Je bent gek’ is altijd de aanval en de verdediging geweest van dwaze lieden die evenwel ook de macht hadden of hebben om anderen à la carte gek te verklaren en levenslang op te sluiten in een of andere fysieke of mentale gevangenis.

+++

Nog eens over ‘vroeger’ versus ‘nu’ (of ‘later’). Voorheen werd gezegd: “We hebben recht op een menswaardige behandeling, op billijke lonen, op onze privacy, etc.”. Nu houden we het kort: “We hebben recht op.” Vergelijk ook met: “Het moment zal komen dat.” en “Ik was zo blij als.” Of ook: “Messi trapt naast.”, meer nog: “Messi trapt.”, en waarom niet: “Messi!”

+++

Of iets goed of slecht oogt, hangt niet in eerste instantie af van de plaats vanwaar je kijkt. Wél van het soort onderscheid tussen goed en slecht dat beslag heeft gelegd op je ogen. En of je ogen wel geteisterd zijn door een dergelijk arbitrair onderscheid.

+++

Taal slaat, sinds onvolmaakte mensenheugenis, altijd op het onzichtbare, het onhoorbare, het onruikbare, etc. Taal vertolkt het denkbare. Of dit eeuwig zo zal blijven, is hoogst twijfelachtig. Naast tekenen zijn er in de geschiedenis immers ook altijd voortekenen geweest. En deze zijn er nu ook.

+++

Over het eigentijdse. Hoe dichter mensen bij (of naast) elkaar samenleven, hoe meer sirenes van politie- en ziekenwagens de straatgeluiden kleuren (sic). Zelfs (en zeker) als het feest is. De Zang van de Sirenen was ook al in de klassieke Oudheid zeer populair en de rots waar ze optraden, trok massa’s toeristen van Noord-Afrika tot de Zwarte Zee. Had toen een zekere Philips de cd ontworpen, dan was de referentie zeker niet de duur van de Negende Symfonie van Beethoven geweest, maar de duur van de Zang van de Sirenen.

+++

Over het eigentijdse. Het woord ‘vrouwmens’ is nog altijd dagelijks op caféterrasjes te horen. Vermoedelijk zelfs in hogere frequentie dan het woord ‘mens’.

+++

Over Helmut Gaus Mentale langegolfbewegingen. Krijtlijnen tot 2021. Gent, Academia Press, 2010 (ondertussen half gelezen). ’Lange golven’ of cycli van menselijke gedragspatronen die ongeveer 50 jaar beslaan en die de (moderne) geschiedenis, met opgaande en neergaande fasen, kleuren. Moeilijk te verklaren maar nogal gemakkelijk aan te wijzen, zowel zuiver ‘economisch’ als ‘cultureel’ of ‘psychosociaal’ (in de kleur van de zomerjurken waar vrouwen zich mee tooien bijvoorbeeld). We zouden ons nu bevinden in een opgaande fase die haar piek moet bereiken rond 2020. Intrigerend fenomeen dus. Gek maar niet krankzinnig. Terecht merkt Helmut Gaus meer dan op dat vrees voor concrete gevaren (de ‘Mexicaanse griep’, de ‘vreemdelingen’, de ‘Chinezen’, etc.) in dal-fasen bedoeld is om een altijd wel aanwezige maar dan verhoogde angst, die altijd diffuus is en zonder object, te milderen en te beheersen. Al even terecht plaatst hij als onschuldige historicus de psychologen op achterstand wanneer hij een klaar onderscheid maakt tussen angstagressie (dominant in neergaande en dal-fasen) en lustagressie (toonzettend in opgaande en piek-fasen). Het verwarmt mijn hart te lezen dat in de opgaande fase waarvan we nu deel uitmaken, de waarde van durf en lef in aanzien stijgt (als tegenpolen van gebrek aan zelfvertrouwen). Dat belooft voor de tien jaren die mijn lijf en leden nog resten. Ik had bij mezelf al gemerkt dat die durf en lef, waaraan ik toch mijn leven te danken heb, de laatste twee decennia flink ondergesneeuwd waren geraakt, maar stilaan weer hun rechten zijn gaan opeisen. Durf zou echter – hoewel: logisch eigenlijk – hand in hand gaan met oorlogsbereidheid. Neergaande fasen typeren zich door blinde ‘anarchistische’ opstanden, opgaande fasen door Grote Oorlogen (de Slag van Waterloo, WO I en WO II voltrokken zich alle in een opgaande fase, om niet te zeggen piek-fase). De Oorlog blijft dus de Vader van Alle Dingen, al is het nog steeds niet duidelijk wat nu eigenlijk de precieze eigentijdse betekenis was van het Oudgriekse woord ‘polemos’ (‘oorlog’) zoals Herakleitos dit hanteerde. De woorden ‘polemos’ en ‘polis’ (de omheinde, ommuurde en dus ook tegen barbaarse vijanden te verdedigen Stad) hebben dezelfde wortels. We houden het hierbij: het is etenstijd! “Schat, kan ik het zout even?”

+++

Genieten van (‘Enjoy!’ zoals Coca-Cola ons jarenlang aanmaande) is een zaak van ordinaire mensen geworden. Mensen met smaak savoureren, wat een kunst zou zijn die uiteraard alleen op een genetische aanleg voor blauw bloed kan berusten. Geen nood: de tijd dat mensen met smaak zich weer in gestileerde werkmanskleding zullen hullen, zal zeker niet lang meer op zich laten wachten. Hoewel: werkmanskleding? (Het woord is niet eens goedgekeurd door de Taalunie.)

+++

Onze poezen slagen er na negen jaar nog altijd niet in om, wanneer ze tv kijken, te begrijpen waar die topneuroten het eigenlijk over hebben. Ze hebben dan ook op Facebook een pagina aangemaakt om steun te werven voor hun voorstel om niet alleen reclame maar ook de programma’s zelf te kunnen doorspoelen.

+++

De toenemende vraag van de burgers naar meer transparantie zal ongetwijfeld de budgetten van de over het land verspreide ministers van Volksgezondheid verlichten. Alleen gelukkige mensen zijn immers nieuwsgierig, zo wist Nietzsche al en hij was niet eens de eerste om deze vaststelling wereldkundig te maken. Anderzijds mag hierbij toch ook gewezen worden op het ‘enerzijds… anderzijds’-principe. Want in het ongewisse blijven over een zaak levert bij een lange trein- of vliegtuigreis welgekomen stof op voor ontspannende en bevredigende dromen.

+++

Witwaspraktijken kunnen alleen maar volgen op zwartmaakpraktijken. Dit geldt voor elke soort was.

+++

Schrijven is een uitstekende remedie tegen lezen. En in vergelijking ook nog spotgoedkoop. Het bespaart de ziekteverzekering massale uitgaven voor de terugbetaling van in boek- of magazinevorm gepresenteerde medicijnen. Niet schrijven werkt uiteraard nog veel beter.

+++

Over Jef Lambrecht De Arabische Cocktail: Van revolutie tot contrarevolutie. Leuven, Van Halewyck, 2013. Had de zogenaamde Arabische Lente niet plaatsgegrepen wanneer het bij ons volle winter was (deze van 2010-2011), maar tijdens een extreem langdurige zomerse hittegolf, dan had men iets langer in de Van Dale moeten bladeren om het gepaste vocabularium te vinden.

+++

Over Jef Lambrecht De Arabische Cocktail: Van revolutie tot contrarevolutie. Leuven, Van Halewyck, 2013. Op de binnenflap valt te lezen: “Jef Lambrecht is de hedendaagse Flavius Josephus, maar dan op het vlak van Arabieren in plaats van joden.” Uiteraard is de auteur zelf niet echt verantwoordelijk voor deze heiligverklaring, maar hij zal er dan toch mee ingestemd hebben. Gelukkig weet misschien amper 1 op 25.000 Nederlandstaligen wie die Flavius Josephus is. Wel: Flavius Josephus is onze enige historische bron over de befaamde Salomé, die eeuwen en eeuwen later en tot op vandaag als icoon van de femme fatale werd en wordt opgevoerd. Maar Flavius Josephus zelf had niet bepaald ogen en oren voor deze proto-porno. Flavius Josephus (37 – circa 101 n. Chr.), de Joods-Romeinse geschiedschrijver over de nederlaag van de Joden in hun lokale strijd tegen de Romeinse overheersing van het Oostelijk gebied van de Middellandse Zee (1ste eeuw n. Chr.), had de verdienste uit te gaan van een veel breder en veelzijdiger blikveld, zowel in tijd en ruimte, dan dat van de auteur van deze typisch beroepsjournalistieke cocktail, eigenlijk een correctie, hier en daar zelfs een ommezwaai, van een pas twee jaar geleden geschreven boek van dezelfde auteur over dezelfde kwestie. Flavius Josephus’ geschiedschrijving van de Joden als volk en zijn verslagen over de oorlog tussen Joden en Romeinen hebben de tand des tijds doorstaan en worden anno 2013 nog altijd gelezen. Na de hagiografische lofzang van de uitgever op de cocktailauteur als een hedendaagse Flavius Josephus, een lofzang die meteen de wenkbrauwen doet fronsen en iedereen achterdochtig hoort te maken, ontsiert een merkwaardige slotparagraaf van de Proloog definitief onze bereidheid om dit boek ernstiger te nemen dan een reeks journalistieke weetjes, details en anekdotes: kortom als slaapkamerliteratuur. Laten we onze kijk op deze zaak iets algemener verwoorden. Elk boek dankt zijn receptie op een zekere gedurfdheid van de eerste bladzijden. Gedurfdheid raakt je in de mate dat ze latente inzichten van jezelf op een radicale en heldere wijze profileren en dat je met deze latente inzichten plots als figuur tegen een achtergrond wordt geconfronteerd. Óf wanneer de inhoud van deze gedurfdheid de grond van je denken en je overtuigingen weet aan wankelen te brengen en ruimte biedt om deze grond zowel ‘redelijk’ als ‘emotioneel’ te herzien. Maar wat lezen we als slotzinnen van deze Proloog, die volledig opgehangen is aan de zielige dood en het zielig doden van de Libische leider Kadhafi, die ook door de auteur zelf nog eens nodeloos vernederd wordt door hem ‘kolonel’ te noemen, wat hij al decennia niet meer was? “Intussen bleef niets nog heel van een van de sterkste mediataboes: het tonen van iemand in doodsnood. Het elementaire respect voor de menselijke waardigheid en het intieme en persoonlijke karakter van de dood moesten wijken voor morbide pornografie. […] De proliferatie van beelden van de dode kolonel toonde andermaal hoe de technologie ons wereldbeeld en een algemeen aanvaarde moraal onmerkbaar maar ingrijpend verandert.” (p.16). Wat een geleuter! Er is nooit een mediataboe geweest op het ‘tonen van iemand in doodsnood’! Integendeel! Twee millennia van precies onze eigen christelijke cultuur en beschaving hebben mateloos geteerd op het ostentatief en systematisch tonen van éne Jezus (die toen nog geen Christus was) in doodsnood aan het kruis, op alle plaatsen waar een mens alhier ook maar kon komen. En niet alleen de doodsnood van Jezus werd getoond, ook deze van om het even wie, zowel in non-fictie-beelden als in fictie-beelden. Het tonen van iemands doodsnood, zeker die van de slechterik, is net één van de pijlers van onze cultuur! (Het ‘taboe’ waar Jef Lambrecht het over heeft, betreft het gegeven dat de beelden over het doden van Kadhafi ons allen onthulden welke bloeddorstige barbaren en schurken wij zelf ingehuurd en betaald hadden met de opdracht om in Libië zogezegd ‘democratie en mensenrechten’ in te voeren, m.a.w. om er alles wat recht stond kapot te schieten. En dat wij dit hoogtepunt van het theatergenre dat democratie-export heet, zouden mogen aanschouwen, was uiteraard niet de bedoeling. Of toch?)

+++

Algemene conclusie van deze regenachtige dag: 1) Lezen schaadt de gezondheid; 2) Lezen brengt je in de verleiding om gezwollen aforismen te schrijven over de verkeerde onderwerpen, over onderwerpen beneden je waardigheid; 3) Het lezen van niet in het Engels, Frans, Spaans, Chinees, Russisch, Arabisch of West-Vlaams vertaalde Nederlandstalige boeken is niet eens aangewezen wanneer het buitenhuis geen weer is om een hond door te jagen.

+++

Even 48 uur temporiseren dus!

+++
.

.

16
mei
13

aforismen (iii)

.
.

.
+++

In welke zin de sociale media ‘sociaal’ moeten worden genoemd en een ‘medium’ zouden zijn, ontgaat ons. Zeker in momenten van ongebreidelde rancune. Sociaal? We weten niet eens met wie of wat we van doen hebben. Een medium? Tussen wat en wat sociale media in het midden zouden liggen, is niet op te helderen. Vergeleken met wat ze vervangen hebben, verdienen ze desalniettemin de Prijs van de Benijdenswaardigheid. Minstens de Publieksprijs!

+++

Al wat benijdenswaardig is, heeft minstens één toets van besnijdenis doorstaan. Als dit geldt voor een varkensgebraad en een aardbeientaart, zal dit ook wel gelden voor de jurken, ensembles en kostuums die modeontwerpers ons voorschotelen.

+++

Enige voorzichtigheid is geboden wanneer je vanop afstand een vogel of een aantrekkelijk iemand ziet en bekijkt. Je schoenen aantrekken en toegeven aan de neiging om de details van dat wonder van naderbij te mogen aanschouwen, aanhoren, ruiken en betasten, is hoogst riskant. Het wonder zal er ongetwijfeld niet meer zijn. De arrogantie van een boom bestaat er net in dat hij wél nog present zal zijn. Mensen die aan een boom esthetische waarde toekennen, beseffen dan ook hun eigen versteendheid niet. Wat niet verdwijnen kan, verdient het niet er ooit te zijn geweest.

+++

Alle begin is moeilijk en de laatste loodjes wegen het zwaarst. Het verschil tussen een Lente en een Revolutie is dat bij een revolutie nieuwe woorden en zinnen de antichambre verlaten en zich meester maken van de openbaarheid ten nadele van oude zegswijzen en clichés. En dat de helft van de revoluties in de maand oktober plaatsvindt.

+++

De (strop)das: stremt en onderdrukt de libido, de liefde en de lust. De das moet dus wel een religieus symbool zijn. Verboden te dragen aan het loket. (Het blijkt dat bij ophanging als methode van zelfmoord of van executie in de meeste gevallen een post-mortem erectie optreedt, maar dit is een puur verschijnsel van fysiologisch priapisme en helemaal geen vorm van ‘klaarkomen’.)

+++

Voor niet weinigen is het geboren worden er al teveel aan. Er zou voor die mensen een specifiek 100% efficiënt voorbehoedsmiddel moeten worden bedacht.

+++

De telefoon rinkelt. De middelpuntvliedende kracht wordt meteen gedecentraliseerd en gedesoriënteerd. Elkeen heeft recht op een plaats waar hij of zij zich geborgen voelt. Die plaats ligt tegenwoordig niet meer in de Oriënt maar aan de Noordpool.

+++

Alleen in het Nederlands (in Vlaanderen en Nederland dus) heeft het woord ‘artificieel’ als voornaamste betekenis ‘onecht, vals’ gekregen. Een artificieel ‘ding’, een artefact, blijft echter wezenlijk een ‘ding’ dat gemaakt is op basis van een kunst of een kunde (Latijns ‘ars’, kunst + ‘facere’, maken). Artificieel zou als woord het recht moeten opeisen om opnieuw in de eerste plaats, om niet te zeggen uitsluitend, ‘kunstmatig’ te betekenen. Niemand zal het toch in zijn hoofd halen dat een kunststof zuivere schijn is, een onechte en valse soort stof. (Valsheid is uiteraard ook een kunst.)

+++

De liberalisering van de Spoorwegen heeft vooral veel auto-erotiek opgeleverd.

+++

Zelfs met het betalen van een flink pak smeergeld is het een ondoenbaar opzet om in een krant of een ander journalistiek medium een ‘opinie’ (tot voor een paar jaar ‘Gedachte’ genaamd) gepubliceerd te krijgen uitgaande van het saillante aforisme van het Weense intellectueel enfant terrible Karl Kraus (1874-1936) dat een journalist iemand is zonder ideeën, iemand die niets te zeggen heeft maar er wel veel over kan schrijven (of beelden kan van maken).

+++

Moeten we erover treuren dat het ‘Ik’, het beruchte ‘Ego’, in het geschiedkundig museum van UNESCO is beland? Ongetwijfeld zijn de nieuwe generaties al een paar decennia in hun puberteit en hun adolescentie (en bij pathologische gevallen tot het ultieme moment van de Dood) niet langer geobsedeerd door de vraag “Wie ben ik?”. Zij sturen hun handelen niet langer op basis van een coherent geformuleerd en mentaal stevig verankerd Ik. Wie over deze teloorgang van het Ego niet treurt, zal dit zeker niet in zoveel woorden uitspreken, maar handelt er eenvoudigweg naar. Hoe zou hij of zij immers nog over het Ego kunnen spreken? Al bij al zijn we functionerende machines gebleven. En dat Ego was maar een onderdeel van die machine. Wanneer in een machine een onderdeel overbodig is geworden of de boel in de war gaat sturen, dan halen we dit onderdeel er gewoon uit. Waarom tijdens het wachten op groen licht aan een kruispunt je zelf kwellen met de vraag of groen dan wel rood je lievelingskleur is? Verstand ver onder nul zetten en in gang schieten zodra het licht op groen springt. Zoals een goed geoliede machine dit doet. We zijn tenslotte ervaren ingenieurs van ons doen en laten (al willen we dit niet zo graag geweten hebben). Het probleem van het teloorgegane Ik stelt zich eigenlijk in de eerste (en mogelijk enige) plaats op het vlak van het ‘milieu’. Hoe krijgen we namelijk dit Ego als afval gerecycleerd? Verder wordt er reeds over zoveel van alles en nog wat gerouwd en gehuild dat je riskeert te sterven zonder geleefd te hebben. ‘Low impact’ heet dit dan in zekere kringen!

+++

In de jaren 1960 werden wij als jongeren hartstochtelijk aangesproken door de stellingname van de toen meer dan populaire Franse filosoof Jean-Paul Sartre dat “wij ons als enkeling, als persoon, engageren tegenover de mensheid in haar geheel.” Wezenlijk was het een vage stellingname. Stond dit engagement tegenover de ‘mensheid’ voor een verdere historische ontplooiing van onze ‘menselijkheid’ als onvervuld potentieel? Of verwees de ‘mensheid’ naar de miljarden andere mensen op deze planeet? Sartre’s oproep tot ‘persoonlijk engagement’ riep in ons de overtuiging en de ambitie wakker dat elk van ons een persoonlijke bijdrage kon leveren aan de verwerkelijking van een ‘betere wereld’. En iedereen stortte zich vol enthousiasme wel op iets dat ongetwijfeld ‘beter kon worden gemaakt’. Finaal mondde dit Sartriaans persoonlijk engagement uit in een soort narcisme waarbij het belangrijker was zich erop te kunnen bogen ‘iets gedaan te hebben’ eerder dan merkbare resultaten te kunnen voorleggen. Uiteindelijk werd het allemaal nog veel bedenkelijker wanneer ons allerlei figuren als ‘mensenrechtenactivisten’ werden verkocht die zich maanden later met de nodige fierheid lieten ‘ontmaskeren’ als sadistische oorlogsmisdadigers, die zelf, met eigen handen, op de meest weerzinwekkende wijze medemensen fysiek van elke menselijke waardigheid hadden beroofd (zoals bijvoorbeeld, tot eenieders afschuw, diverse degelijk nagetrokken verhalen uit de Syrische oorlog hebben bewezen). Rest dan de vraag hoe het nu eigenlijk zit met onze overtuiging of illusie ‘om als enkeling een bijdrage te kunnen leveren aan een betere wereld’. 1) Bijdrage tot wat precies? De onmogelijkheid om op globaal niveau een concrete in plaats van een bijzonder vaag gehouden voorstelling van een ‘betere wereld’ te kunnen vooropstellen mondt stilaan meer en meer uit in een blind activisme. Een activisme dat in zijn fundamenten nauwelijks meer waard is dan een plat ‘je-m’en-foutisme’. 2) Ons handelen en dit van elke andere aardbewoner zijn, zij het zonder stuurman, via directe en vooral indirecte maar daarom niet minder belangrijke connecties gecoördineerd geraakt met dat van miljarden andere mensen (om over dieren, andere levende wezens en anorganische stoffen nog te zwijgen). Niemand, ook niet de ‘machtigen van deze aarde’, kan natrekken welke effecten of consequenties zijn/haar handelingen en keuzes hebben op dit onoverzichtelijk en dynamisch geheel van weliswaar onmiddellijk of intermediair gecoördineerde acties, handelingen, initiaties en interventies en vooral ook non-acties en non-interventies. Weliswaar gecoördineerd, maar geenszins geïntegreerd. De idee dat we als enkeling een merkbare bijdrage kunnen leveren aan het welzijn en de welvaart van allen, is absurd. We moeten dringend af van deze idee. Onze kijk op de effecten van ons persoonlijk handelen op de wereld om ons heen is aan een complete herziening toe. We riskeren immers veeleer te vervallen in (uiteraard niet als dusdanig bedoelde) wandaden dan in wat dan ook. Het vasthouden aan de idee dat we als enkeling zelf direct kunnen meehelpen aan het ‘redden van de wereld’ is dan ook verziekt geraakt in show en spektakel opgevoerd door mensen die beter zouden moeten weten en die dikwijls in feite alleen met zeer kortzichtige eigenbelangen bezig zijn. Dit soort show en spektakel van grote ego’s en zelfverklaarde kunstenaars en wereldverbeteraars hebben we ondertussen stilaan genoeg gezien.

+++

Dat ik in mijn leven weinig aandacht heb geschonken aan de neus als zintuig en bron van intellectueel onderscheid, ligt simpelweg aan het onderontwikkeld vermogen van mijn reukorgaan (vermoedelijk ook van mijn smaakorganen). En koolmonoxide is reukloos: dus? Toch een oprechte mea culpa, mea culpa. Blijkbaar werd ik volledig ingepakt door de afstandszintuigen (oog, oor) en liet ik me, tenzij op de kermis, in donkere steegjes en juist ook in de hemel, weinig gelegen aan de contactzintuigen (reuk, smaak, tast). Ik besef al een paar jaar dat dit een grove niet te vergeven misrekening was van mijnentwege, al heeft deze vergissing bij mijn weten nog geen treinen doen ontsporen. Want de moderniteit zal pas afgesloten zijn wanneer onze technologen erin geslaagd zijn geuren en smaken over grote afstand te verzenden (via sms, iPads, tv en de rest van de bataclan, incluis de Middeleeuwse per post verstuurde liefdesbrief). De socialisten zullen wel hun zoveelste existentiële crisis doormaken in hun prioritair opzet om de verstuurde en arriverende geur van rode rozen significant te doen verschillen van deze van gele of geelzwarte rozen. Maar hoe dan ook: het socialisme zal zoet smaken of zal smakeloos zijn (en dus ‘niet zijn’).

+++

Niet alleen bij wielrenners is het leren dalen (van een berg of een col) het laboratorium van het leven. Van het zich onschuldig neervlijen tot het aan lager wal raken.

+++
.
mainzer2
.

14
mei
13

aforismen (ii)

.
.
.
.

+++

Met die terroristen die links en rechts kweken als konijnen (stilaan in relatieve en absolute aantallen meer terroristen dan er ooit ‘communisten’ zijn geweest), zal het niet lang meer duren vooraleer wetenschappelijk wordt bewezen dat sommige chimpansees lid zijn of zijn geweest van Al-Qaida. Die apen stammen immers af van de mens! De recent enorm toegenomen belangstelling voor de nazifilosoof Carl Schmitt (1888-1985) spreekt dan ook voor zichzelf. Het onderscheid Vriend vs. Vijand, als de basis van alle menselijke mentaliteiten, is ondertussen reeds door sommige wetenschappers zelfs bij de eencelligen waargenomen!

+++

Het lijkt paradoxaal dat in tijden waarin Staten ‘een nieuw volk moeten kiezen’ (zoals Bertold Brecht langs zijn neus opmerkte naar aanleiding van de volksopstand van juni 1953 in het toenmalige Oost-Duitsland ofte de Duitse Democratische Republiek), politici allemaal de populistische toer opgaan.

+++

We mogen stilaan met een aan zekerheid grenzende zekerheid aannemen dat de Oost-Duitsers er destijds van uitgingen dat de agenten van de geheime dienst Stasi ordinaire journalisten waren, met een officiële perskaart!

+++

Het vervelende aan het onweerlegbare feit dat we allemaal slachtoffer zijn, is dat er geen daders meer overblijven. Daaromtrent kan eigenlijk alleen gezegd worden dat het achteraf steeds voorspelbaar is wie rechter speelt, terwijl dader en slachtoffer voortdurend wisselen van rol.

+++

Filosofie is geen kwestie van diep nadenken, maar van nadenken, zelfs ‘oppervlakkig’, over dingen die binnen afzienbare tijd algemeen als gedenkwaardig zullen worden beschouwd. De vraag is natuurlijk of we binnen afzienbare tijd filosofie nog moeten zoeken bij ons mensen die hardnekkig en halsstarrig leren rechtop te lopen, eerder dan bij, ik zeg maar wat, rijpende aardbeien!

+++

Wanneer we (zoals de Verenigde Naties vragen) inderdaad elke dag insecten zullen eten, zullen vegetariërs snel ontdekken hoe heerlijk mensenvlees eigenlijk smaakt.

+++

Volbloed humanisten zullen graag beamen dat het eigentijds feminisme het zoveelste bewijs levert dat mens en vrouw elkaar uitsluitende tegengestelden zijn.

+++

Wie denkt zoals Blaise Pascal dit deed, moet consequent en tot het uiterste doordenken. Vandaar: de onderbuik heeft zijn hartstochten die het hart niet kent.

+++

Dat het regent in mijn hart, betekent geenszins dat de stad weent. En wat bij de voorspelde opklaringen en zonneschijn? Il a pleuré dans mon cœur comme il a plu sur la ville!

+++

Als mijn benen het niet meer aankunnen om op de zaken vooruit te lopen, dan zullen andere benen het wel doen. Vooruit gaan en op de zaken vooruit lopen vergen bovendien nauwelijks een inspanning. De zaken hebben immers de hebbelijke neiging stil te blijven staan.

+++

In het oog van de storm heerst stilte! Dit idee kan alleen door oogartsen zijn bedacht. Niet door de mensen in hun wachtkamer.

+++

Which side you’re on? Een bevreemdende vraag in een n-dimensionale wereld. Een vraag die alleen kan worden gesteld door 1-voudige wezens die blijkbaar nog altijd in verbijstering geloven dat schizofrenie een zaak is van een in twee gespleten geest of brein. Met die tweevoud kunnen ze al niet uit de voeten. Overigens laat geen enkel brein zich aanpraten en aanmeten dat een brein uit compartimenten zou bestaan. Integendeel: het neemt de gepaste represailles.

+++

Over Helmut Gaus Mentale langegolfbewegingen. Krijtlijnen tot 2021. Gent, Academia Press, 2010 (besteld maar dus nog niet gelezen). In de mens- en maatschappijwetenschappen zijn amusement en inzicht altijd eeneiige tweelingen geweest. Wat uit twee-eiige inspiratie voortkwam, bleek steeds onherroepelijk steriel te zijn. Het probleem met golven is evenwel dat korte golven altijd hun best doen hetzij om lang te worden hetzij om meteen te verdwijnen. Zoals kmo’s hun best doen om multinationals te worden of om zo snel als mogelijk failliet te gaan. Kleinschaligheid komt wezenlijk alleen in bijzonder selectief samengestelde familiefoto-albums voor. En die ruimen weinig plaats voor ‘les idiots de la famille’. Tenzij. Uiteraard: tenzij!

+++

In Knokke-Heist heb je eindeloos lange golven die lijden aan gerekte slepende ziektes en die het zelfs vertikken te sterven in art galleries. In Oostende en Koksijde heb je dan weer bijzonder korte golven die worden geveld zoals eertijds een eik door de bliksem.

+++

De nacht werd zelf niet geraadpleegd bij het bepalen van het tijdstip dat we middernacht noemen. Zo zien we nogmaals dat onze voorstellingen en gedachten geen betrekking hebben op de ‘werkelijkheid’ maar op de wijze waarop we met haar omgaan (en de nacht met ons omgaat).

+++

Wat is eigenlijk een aforisme? Het woord is afgeleid van het Oud-Griekse werkwoord aphoridzō (άφορίζω). Dit betekent oorspronkelijk het met paal en perk (de zogenaamde ‘oroi’) afbakenen van de lap grond van een schuldenaar die zijn schulden niet kon terugbetalen. Vandaar: het ‘op zichzelf staande’, het ‘geïsoleerde’, ‘datgene wat uit een groter geheel is genomen’. Dus ook de uitzondering (‘ex-capere’, ‘exceptio’: dat wat eruit genomen of eruit gerukt is; het woord ‘zonder’, zoals in ‘uitzondering’ of ‘zonderling’, slaat op een singulier geval dat afsteekt tegenover de gangbare vormen en dus in de ervaring werd opgevat als een ‘element dat eruit kon worden genomen’, dat ‘uitgesloten kon worden’). Een aforisme is dus een alleenstaande bewering die én enkel naar zichzelf verwijst én tegelijk toch ook verwijst naar een ruimer geheel van beweringen omtrent het betreffende onderwerp. Een aforisme heeft het statuut van een voorbeeld. Ook het voorbeeld (in het Engels en het Frans afgeleid uit het Latijnse ‘ex-amplum’, i.e. ‘uit een veelheid genomen’) staat voor een geheel of een verzameling van elementen of leden, maar is toch niet zo maar tot dit geheel te herleiden. Want een voorbeeld spreekt altijd voor zichzelf!

+++

De Lijn vraagt je om vijf minuten vóór het aangegeven uur bij de halte aanwezig te zijn. Wie ondanks deze warme aanbeveling toch nog 10 minuten of meer moet wachten, moet er als aanmoediging of verzoening evenwel niet op rekenen enkele relevante passages voorgelezen te krijgen uit ‘Sein und Zeit’ van de vermaarde Martin Heidegger. Er wordt zelfs geen escortebureau ingeschakeld. De agressie ten aanzien van buschauffeurs kan dan best ook niet begrepen worden als een dringende maatschappelijke kwestie waarover sociologen en hun neefjes en nichtjes zich schouder aan schouder moeten buigen, maar als een louter filosofische zaak. De ‘praxis’ zoals dit zo mooi heet. Dat de praktijk iets anders is dan de theorie komt evenwel door het feit dat de theorie doorgaans pas na de praktijk in klare formules en formuleringen is gegoten. Zelden vooraf! In Hiroshima eerden ze deze wijsheid helaas reeds voordat de praktische atoombom Little Boy hun lijf en leden in de ene richting en hun daken in de andere richting wegblies. Waaruit we mogen concluderen dat praktijk geen nood heeft aan theorie om uit zichzelf iets te leren. (Het hangt er uiteraard van af wat je onder ‘theorie’ verstaat. De ‘theorie’ van de huizenbouw ligt niet vervat in boekenformules, blauwdrukken en constructiemodellen, maar in de huizen zelf die rondom ons rechtstaan en in het puin van deze die al voorbarig en ongewenst zijn ingestort.)

+++

Toen Adam spitte en Eva spon, was er nog geen edelman! Tiens tiens… wie kreeg dan indertijd de tiende van de grondopbrengst en van die spinnerij?

+++

Het VRT-Journaal is een mooi voorbeeld van hoe met een voorbeeld een beeld wordt geschetst van een (doorgaans vermeende) algemene situatie. Klassiek is het geval van de sukkelende reiziger die bij een treinstaking of een andere calamiteit gestrand is in Zaventem of in het Brusselse Noordstation. Het voorbeeld dat het woord neemt, is geen ‘tuig’ maar een ‘getuige’. Eén van de velen die erbij was en het gezien heeft. Zelden komt echter iemand aan het woord die erbij was maar niets gezien heeft. Uiteraard zijn ook de reizigers die niet zieltogend gestrand zijn, nergens in de omtrek te bespeuren.

+++

Wij hebben op school geleerd links en rechts te kijken: we maakten deel uit van een ‘klasse’. Nu, nu de Dood zich over ons is gaan ontfermen, wordt ons gevraagd weer naar boven en naar onder te kijken. De Koning kan het zich in zijn eerstkomende 21-juli of Kerstboodschap probleemloos veroorloven ons na een eeuw van bescheidenheid opnieuw aan te spreken als ‘waarde onderdanen’ in plaats van het kapot gedraaide ‘waarde landgenoten’. De Koning, als soeverein vanzelfsprekend in zijn rol van ‘Wij, Koning der Belgen’. Wie de Koning als ‘mens’ wil benaderen, vergeet al te gemakkelijk (want geen excuus daarvoor) de betekenis van deze formule en kan ons de Koning niet anders voorstellen dan als iemand die met zichzelf geen raad weet en dagelijks acht uur op een freudiaanse sofa moet doorbrengen. Dat heb je met lieden die ervan dromen zelf Koning te zijn, evenwel zonder daartoe gekroond te moeten worden.

+++

Het is een vorm van comfort om een tijdperk als decadent te bestempelen wanneer je ogen zo zijn afgepeigerd dat je enkel nog kunt zien wat in verval is verkeerd.

+++

De wetenschappelijke methode is nog nauwelijks als methode, als ‘weg naar’, te herkennen. Wanneer de methode bepaalt wat wetenschappelijk kan bestudeerd worden en wat niet, houdt zij op methode te zijn.

+++

Hadden die monsters van Scylla en Charybdis hun werk wat professioneler verricht, dan was één en ander beslist nooit zover gekomen! Hadden de Sirenen hun gezangen wat beter voorbereid en aangepast aan de oren die ze hoorden te teisteren, dan was één en ander beslist nooit zover gekomen!

+++

.
.

13
mei
13

aforismen (i)

.
.

.

+++

Wat we vergeten, betreft steeds dat wat er is gebeurd. We herinneren ons enkel wat niet is gebeurd, maar wel had kunnen gebeuren. En wat niet is gebeurd, krijgt zoals elke leerling een tweede kans. Zo herinneren we ons dus nooit het verleden, maar de toekomst, dat wat er voorheen aan verzaakt heeft te gebeuren, maar mogelijk morgen of overmorgen wél kan gebeuren. Onafgezien of we daarbij een handje kunnen helpen of niet. 

+++

Een dag is nutteloos voorbijgegaan wanneer er niet dicht nabij of ergens ver weg, een memorabele catastrofe heeft plaatsgevonden. One calamity a day keeps the doctor away! De historische nederlaag van de man is zo’n catastrofe, maar de triomf van de vrouw is dit uiteraard niet: deze verdubbelt alleen de intensiteit van de catastrofe. Op het slagveld worden immers nooit winnaars geteld, tenzij het gevecht of de oorlog zelf. Vandaar dat experten die beweren het geluk van mensen vroeger en nu te kunnen meten en te vergelijken, ons steevast verheugen met de vaststelling dat mensen jaar na jaar gelukkiger en gelukkiger worden. En dat het einde niet in zicht is (gezien ook het gebrek aan een zicht op het begin).

+++

Toen de mensen de eerste keer naar de sterren keken om zo te weten te komen wie ze waren, merkten ze meteen dat het licht van de sterren geen slagschaduw afwerpt. Hadden ze toen geweten wat tijd was, dan hadden ze zo onmiddellijk ook geweten dat ze er op deze nachtelijke momenten enorm veel aan het verliezen waren. 

+++

In vervlogen tijden konden we genieten van een volmaakt onderscheid tussen een duistere, verborgen oorlog en een heldere, klare en open oorlog. De oorlog werd door de éne aan de andere verklaard! De oorlog openbaarde zich dan vanuit haar verborgenheid en werd al doende zonneklaar. Daarna werd vrede gesloten. Met een sleutel dus! De oorlog werd weer opgeborgen in een kast of schrijn en al doende onzichtbaar gemaakt. Nu de zon ons niet langer een heilzame godheid is, vervalt ook het verschil tussen duistere en klare oorlogen. Tussen duister en klaar tout court. De wereld baart zich nog uitsluitend in schemerzones. Vroedvrouwen zijn daar niet te bespeuren. Zelfs de wereld is nauwelijks of niet te herkennen.

+++

Alleen wie zichzelf ervaart als een Ik met een absolute begrensdheid, met een precieze en vaste afbakening tussen wat binnen en wat buiten hem/haar ligt, spreekt vol overtuiging over de Ander. Een erfenis van het Joodse denken eigenlijk. Door niet-Joden werd een dergelijke ervaring door de eeuwen heen als een uiting van een geestesziekte geduid. En meer nog in de tegenwoordige tijden waar mensen zichzelf pas gezond verklaren als ze aan een honorabele geestesziekte lijden.

+++

Een vrouw die voorheen altijd in het groen gekleed was, maar vandaag in het rood: daar hoeven we ons niet langer zorgen over te maken. Noch als man noch als vrouw! En dit niet omdat vandaag binnen een paar uur toch weer voorbij is.

+++

Het verwondert ons dat heel wat mensen de grond van het verschil dat ze maken tussen een vreemdeling en een allochtoon (of een synoniem daarvan) niet onderkennen. Terwijl dat verschil toch overal open en bloot in beeld wordt gebracht. Een vreemdeling (een stranger) geniet er in alle rust van vooralsnog in een zogenaamde ‘zone van non-distinctie’ te vertoeven. Omtrent een vreemdeling is nog niet uitgemaakt of hij wit of zwart is. Over een allochtoon hebben we een dergelijk weergaloos vonnis reeds geveld.

+++ 

Jezus, Boeddha en Shakespeare, hebben ze echt bestaan? Daarover hoeven we ons hoofd niet te breken. Zij braken hun hoofd ook niet over de vraag of wij al dan niet bestaan of bestaan hebben. Idem voor God! Waarom je onledig houden met de kwestie of God bestaat of niet? (Natuurlijk bestaat Hij niet! Hoogstens kan Hij er zijn! Of geweest zijn!) Die God bekommert er zich toch ook niet over of wij al dan niet bestaan. Deed Hij dat wel, dan was Hij zeker God niet!

+++ 

‘Eerst als tragedie, dan als farce’. Wat maakt het uit? Beide worden door de overheid gelijkmatig gesubsidieerd!

..

02
mei
13

“de onvermijdelijke dingen in het leven”

.
Reeds op mijn 17de stervensjaar had ik een zekere “âge de la raison” bereikt. Al op mijn 12de eigenlijk. Ik besefte, sinds de samenleving mij het recht en de plicht gaf een lange broek te dragen, dat niet alle hindernissen in een mensenleven zo maar netjes opgeruimd konden worden. M
ijn inwendige hersenkamer zag wel mogelijkheden om ”de onvermijdelijke dingen des levens” te omarmen zonder ze te verstikken en mijn uitwendige hersenkamer van haar kant deed wat elk masker toen deed om met een onstuimige maar voor de spiegel ingestudeerde zoen de wereld tot bedaren te brengen. Onderstaande uit 1968 geeft aan hoe de kosmos toen al lang geen uurwerk van het merk Newton meer was maar een doodgeboren en dus ook kinderloze god.
.

De Onvermijdelijke Dingen des Levens
.
droom zonder morgen
als een paard dat dartel spartelt
in de eerste weide
het oog dat wentelt in de doornen van de nacht
ziet alles;
de wilde lianen van mijn haat
hebben haar in de hals geprikt,

droom zonder morgen
als een wind die gaat liggen in het struikgewas;
de harde schors van haar kanker sidderde
als een parel in mijn hand.

zo zag ik, weggeschoven voorhuid,
haar de voorlaatste morgen.
.
.

.

30
apr
13

ten oorlog [deel ii: "Let's go to Moscow!"]

.
Moskou is warm, maar niet hot, laat staan zwoel. Mensen houden hun hand op hun vuurwapen, maar ze schieten niet. Een dubbelzinnig volk, zo op het eerste zicht. In het internationaal koffiehuis “Wodka’s Geneugten”, waar ze naast Russisch en Esperanto ook Vlaams, Zwitsers en Engels spreken, vraag ik wat opheldering.

“To Russia with love,” tracht ik enige sympathie op te wekken en door te dringen tot het patriottisme van de laptoppende aanwezigen.
“Russia?” fronst een wenkbrauwbezeten dame naar me. Achter haar kont lonkt een man met een camera in de aanslag. De dame: een journaliste vermoedelijk.
“Wel, we zijn hier toch in Russia, любимый?”
“Doe niet onnozel, мудак!”
“Oké, oké! Ik geef me over!” De camera begint op volle toeren te draaien. De wodka smaakt naar Hasseltse jenever vermengd met de pis van mammoeten.
“Luister, товарищ! Dit is een volkomen schizofreen land. Jullie weten het, maar jullie doen er niets mee.”
“Toch niet door die Poetin van jullie? Wat als Lenin verrijst zoals onze Paus Johannes-Paulus II?”
“Kijk, фламандец: het wordt tijd dat ze bij ons ook beseffen dat er geen Rus aan het hoofd van dit land moet staan. Het wordt tijd dat hier een zwarte de plak zwaait!”
“Een zwarte? Een негр? Maar er leven geen negers in Russia!”
“Precies daarom! In Amerika hebben de volle en de halve negers toch ook geen menswaardig bestaan. De helft zit in de gevangenis en binnen zes maand zit de andere helft er vast en zeker ook in.”
“Но как ты имеешь в виду?”
“Wij willen hier geen democratie. Democratie is altijd synoniem geweest voor verval, georganiseerd verval zelfs. Het is compleet aberrant om iemand uit je eigen rangen als leider te kiezen. Daar moet ik toch geen рисование bij maken? Altijd hebben de mensen zich gericht op leiders die volledig tegengesteld waren aan hun eigen wezen. De mannen aanbaden vrouwen en godinnen. Jullie vrouwen knielen voor Jezus Christus en de onze helaas ook. De zwarte Afrikanen gaven destijds moedwillig al hun gave en goed aan blanke allochtonen en kanonnen van Krupp. De moslims laten zich als mens inspireren door een zuiver begrip dat ze Allah noemen, niet meer dan een stembandverschijnsel. De Indiërs laten zich besturen door heilige koeien. Wel: wij willen hier ook een vreemde aan de macht. Die kent ons tenminste niet en die zal ons dus ook niet belazeren.”
Had die journaliste geen klevende decolleté tot aan haar navel, ik was meteen naar de Krim gevlucht, naar Sebastopol met haar Belle Epoque-hotels en dito mentaliteit. Of naar Oostende.
“Wel, wat stel je daartegenover, mister?”
“Aan de toog gaan hangen. Die terrasstoelen zijn maar Vlaamse import. Dan had ik evengoed in Mechelen-aan-de-Schelde kunnen blijven. En dat uw slaaf met zijn camera beter clips kan maken van het leven van de insecten in het Oeral-gebergte. Was ook eens uw navel: de groeven zitten vol pluis en nog veel ergere vettigheden.”

Aan de toog kijk in mijn glas wodka en zie naast de bodem van de zee tegelijk ook het ontstaan van het leven op aarde en het daaropvolgende drama wanneer dat leven zich opsplitst in twee seksen die elkaar niet met rust kunnen laten. Dat moet de eerste vorm van geweld en oorlog zijn geweest in de evolutie der soorten. De onstuitbare opkomst van de bidsprinkhanen.

Wat is dat toch allemaal met dat ‘het’? Mijn vlieggenoot gisteren droomde ervan zich te laten inpakken door een ‘het’ dat niet alleen het zijne is, maar dat ik volgens hem zelf ook als een kiem in mij zou dragen. Ergens in mijn thymusklier waarschijnlijk, maar die hebben mijn hersens wel op mijn vijftiende jaar laten afsterven. Koeien hebben ook hun kalfszwezeriken naar de eeuwige jachtvelden gestuurd. En hier willen ze een meteoriet die uit de hemel is gevallen of die zonder reden vanuit de Indische Oceaan op een strand van de Noordelijke IJszee is aangespoeld, tot staatshoofd en president maken. Er klopt iets niet. Iets is mis met mij of met hen. Of met beiden.

Bovendien ben ik niet naar hier gekomen om op zoek te gaan naar de resten van mijn thymusklier. Het zou goed zijn als ik me dit wat beter en gedisciplineerder voor ogen zou houden.

Ik zwel op met de meest uiteenlopende herinneringen. Ik poog ze met ketels kokende olie te verjagen maar de gevelde vijand vermenigvuldigt zich even snel als de bedorven broden en vissen aan het evangelisch meer van Galilea. Waarom worden mijn hersenen nu opgeblazen door herinneringen aan de oorsprong van mijn schrijverstalent? Waar komen die nu plots vandaan? Ze springen van mijn hoofd in het glas wodka en zo terug. Wat is dat toch met beschaving en cultuur dat ze je op een minimum van tijd waanzinnig maken? Maar die herinneringen dringen zich zo gewelddadig aan me op dat ik ze maar even aandachtig overschouw. Dat zat namelijk zo! Mijn ouders, in de 50’er jaren van de vorige eeuw, waren arm, half arbeiders, half keuterboeren. Maar mijn vader las wel kranten en tijdschriften, zelfs boeken maar die bewaarde hij op slot in de kleerkast van de slaapkamer. Voor een groot deel voor die tijd nogal gewaagde seksromans, maar daarnaast pruimde hij ook semiwetenschappelijke literatuur, zij het dikwijls ook over seks (zoals het toen zeer vooruitstrevende “Het Gelukkig Geslachtsleven” van éne als Duitser voorgestelde dokter D. Demeyer, overigens nu nog altijd op heel wat plaatsen te verkrijgen als klassieker in het genre). Een binnenhuistoilet hadden we niet, en ook geen toiletpapier – als dat toen al bestond, in ieder geval: zeker niet in de wereld die wij bewoonden. Aan een verroeste nagel in het toilet buiten naast de varkensstal en boven de beerput hing ter genoegdoening een bundel in lappen en stukken verknipte kranten. Daar moest je het mee doen, al was kakken toen veel populairder dan seksen. Ik leerde als kind al snel die stukken kranten te lezen. Dat was behoorlijk frustrerend: de artikels of de foto’s waren nooit volledig. Dus begon ik de kranten en de tijdschriften te lezen vóór ze genadeloos verknipt werden en op de ‘koer’ belandden. Wel had ik veel meer tijd beschikbaar dan er kranten en aanverwanten in huis waren, al mocht het volume van het aanwezig bedrukt papier helemaal niet onderschat worden. Mijn leeshonger was nooit gestild. Dus begon ik zelf maar te schrijven. Fantastische verhalen waarin ik de hoofdrol speelde en de belagers van mijn ingebeeld vriendinnetje onverbiddelijk aftroefde. Ik poogde verzen te bouwen in het Latijn, verschreef mijn gewilde en ongewilde eenzaamheid in mijn eerste lullige en meelijwekkende gedichten, hield dagboeken bij over alles en nog wat, van de evolutie van de breedte van mijn kuiten tot de wisseling in mijn gedachten waarvan ik dacht dat ze ‘filosofisch’ waren. Wat ik schreef werd echter maar volledig wanneer ik het herlas: ik herlas het telkens weer en weer met een mengeling van narcisme en nieuwsgierigheid naar wat er niet geschreven stond, naar wat tussen de regels was blijven hangen.

Daar zijn we weer! Was het dat ‘het’ dat toen al tussen de regels bleef hangen? “Nog een wodka, svp!” “Je zal last krijgen van je это, meneer.” “Oправдание?” “Don’t drink too much! You will get troubles with your ‘it’, mister!” “My ‘it’, what do you mean?” “Cекретная служба! The Secret Services!” “But they are not secret, they are public!” “That’s what you think, mister. The brain of the secret is public, but not its heart and its belly! It’s like the war. Years and centuries ago, you could go and watch the battlefield. But that’s past time!”

Ga maar slapen, jij stuk Vlaams boerenverstand! Ik slok de wodka op en begeef mij tussen wollige lakens waar Katharina de Grote ooit nog de grootste sier heeft gehouden. En met een vingerknip en fladderende schaamlippen elke nacht een ander ‘это’ tot zich liet komen. Als was het een ordinair glas wodka. Mijn glas wodka!

Na als een fatsoenlijk mens geslapen te hebben en onder de douche mijn tanden te hebben gepoetst, ga ik de straat op en stap een kathedraal binnen waar een authentieke Rubens zou hangen. Voor het altaar zingt een vrouwenkoor sireneliederen. Ik moet eerst even wat moeite doen om de lyrics te volgen maar hoor dan overduidelijk: “Don’t blame my pussy!” De Russisch-orthodoxe pope die de zaak managet, merkt mijn verbazing en geeft me een teken. “U bent een vreemdeling, zie ik. Dan kun je dit niet begrijpen.” “Een vreemdeling? Niet bepaald. Ik ben overal in de wereld thuis.” “Je vergist je. Dit is een geldinzameling voor de Pussy Riots!” “Ach, die meiden. Ik heb hun naamkeuze nooit goed kunnen inschatten. By the way: kan je hier dan ook wodka krijgen?” “Nee, dit is een ontmoetingsplaats voor vrouwen. De toekomst van Russia. De wodka veegt de mannen van het toneel. Ze horen thuis in Siberië.” “Tja, Siberië is heel groot. Daar kan je wel wat volk bijeendrijven.” “Mag ik je wat vertellen, vreemdeling? Jullie lezen die naam alsof riots en zo pussy kunnen zijn.” “Weet je, ik lees steeds minder en minder. Eigenlijk heb ik me nooit echt vragen gesteld naar de betekenis van hun naam.” “Eerst en vooral: wodka zal je hier niet vinden. Maar laat me je dit zeggen. Pussy Riots betekent dat de pussy de oorsprong is van riots. En die riots zelf zijn helemaal niet pussy.” De pope steekt de kaars aan waar hij al de ganse tijd mee zat te zwaaien en laat het vet op een kerkstoel druppen. Ook in zijn ogen branden kaarsen die overmatig vet opleveren. Ik wend mijn hoofd af, ik moet geen vet in mijn haardos. Ik kijk hem aan om die brand in zijn ogen te blussen. “Ah ja! Eurèka! De femme fatale, de vagina dentata als de ware Antichrist.” “Heel zeker. Zoals Courbet’s ‘L’origine du monde’, dat 19de-eeuws schilderij zal je wel kennen. Nu zouden ze haar hoofd gevonden hebben. Kan niet. Pure heiligschennis. De oorsprong van de wereld kan geen kop op haar lijf hebben. Je weet toch waarover ik het heb?” “Uiteraard, ik zie het zo voor mijn geest!”
..
De pope glanst van schalkse tevredenheid. “Dat is de toekomst van Russia. Van de ganse wereld. We zijn Vlaanderen heel dankbaar.” “Vlaanderen?” “Natuurlijk. Vlaanderen heeft altijd teveel zonen gehad en nu nog altijd. Maar ze wringen ze vóór of bij de geboorte de nek niet om. Ze zenden ze uit. Naar de Congo, naar Korea, naar het Oostfront, naar de Zuidpool, naar Syria. Enfin naar overal waar het wemelt van behoeftig hunkerende vrouwen. Pussies die hen daarna wel genadeloos vergiftigen, want Vlaanderen heeft toch hopen zonen in overschot. It’s the woman, stupid!” “Sorry, maar dat vind ik effenaf stupide orthodoxe taal. Raspoetin is al een dikke eeuw dood, dat vergeet je blijkbaar graag.” De pope treitert met zijn brandende kaars mijn onschuldige ogen en wil die zonder aarzelen in de fik steken. Dit onder de woorden: “Jij bent Poetin en ik ben Raspoetin!” Er zit weinig anders op: ik geef hem een trap in het complement van de oorsprong van de wereld zodat zijn gestel uiteenvalt en verzengt in een poel van vuur en sulfer.

Ik vul mijn oren nog een laatste maal met het refrein van “Don’t blame my pussy!” en maak mij op voor een volle loopmarathon. Zodoende beland ik in Zelenograd, de “groene stad”, leverancier van de Russische Onbekende Soldaat en de Silicon Valley van Rusland. Buiten de stad staan nog wat bomen te roesten en in hun schaduw krijgen we als aanhoudende en dus winnende marathonlopers een massage die onze verbinding met realiteit en werkelijkheid moet herstellen. Het blijven Über-moderne Sovjets, die Russen! Ze moeten daar destijds nogal gelachen hebben met Kuifje en zijn Bobbie toen die dachten met de hoed in de hand door het ganse land te komen.

Kuifje: nooit een aards wezen geweest; Bobbie: nooit een hond geweest. Beiden of te midden de wolken of mijlen onder de grond waar zelfs kaarsen en brillen een uil niet helpen om uit te maken waar hij zich precies bevindt. Meer dan het onderscheid tussen Westelijk en Oostelijk Halfrond beheersen ze niet.

“Het is moeilijk om hier serieus te blijven.” (Friedrich Nietzsche, 1888)
.

.

28
apr
13

ten oorlog [= de vader van alle geadopteerde kinderen]

..
“Het is sterker dan mezelf! Het is zelfs sterker dan wij allen samen!”

Heroïneverslaving is inderdaad doorgaans sterker dan de heroïneverslaafde zelf. Zoals het geweld van de zee sterker is dan doordachte en goed geplande duin- en zandopspuitingen. Ik herinner me de laatste keer dat ik op de top van een duin mijn gemoed en inborst openstelde voor de horizontale zee. Ik werd meteen overweldigd door het naamloos aanzwellen van de golven. Mijn voeten verloren een deel van hun kracht om mijn lidmaatschap van de rechtop lopende primatensoort die zo voldaan is van zichzelf, veilig te stellen. Ik voelde me duizelig en zocht meteen heil op het vlakke land met mijn gezicht naar Mekka gekeerd. Daar zag ik een moeder die haar kind er met een paar ferme oorvegen op wees dat God alomtegenwoordig is. Ongetwijfeld waren die klappen geen onweerstaanbare fysiologische energieafvoer. Manifest geen impuls die haar dwangmatig opgedrongen was door een oceanische overweldiging met een kracht die haar had overmand of overvrouwd (ontmand of ontvrouwd?). Het was een weloverwogen toepassing van een pedagogisch project waarmee ze zich via het lezen van stichtelijke boeken van Uitgeverij Lannoo of op gesubsidieerde avondscholen vertrouwd had gemaakt.
“Waarom doe je dat?” vroeg ik het moederschap, zonder enig verwijt in mijn stem.
“Het was sterker dan mezelf!” antwoordde ze. “En waar moeit u zich trouwens mee, meneer?”
“Sorry, mevrouw,” nam ik afscheid. “Ik ben een hermafrodiet.”
Over dat soort mensachtigen had ze op haar avondschool ongetwijfeld nog geen les gekregen.

“Het was sterker dan mezelf.”
Zo verklaart de leerling van Marc Dutroux op zijn ophefmakend proces dat door massa’s binnenlandse en buitenlandse journalisten wordt gevolgd. Zelfs een paar Syrische journalisten zijn naar het assisenhof van Aarlen afgezakt. Aarlen en omgeving: een heel  aanlokkelijke streek om een verlengd weekend door te brengen.
“Het was sterker dan onszelf, meneer de voorzitter!” Met deze verrassende openingszin maakt de voorzitter van de assisenjury de beslissing van de gezworenen kenbaar. “Wij moesten even buiten het kader van de wettelijk voorziene besluitvorming treden. De jury oordeelt unaniem dat de beschuldigde als straf dezelfde behandeling moet ondergaan als deze waarmee hij zijn slachtoffers heeft bedacht.”

Hier wordt wel in de verleden tijd gesproken. Is de verklaring van de leerling van Marc Dutroux de oprechte weergave van zijn herinnering aan het moment van de gepleegde gruweldaden, nu reeds twee jaren geleden? Of is het een excuus, een povere pseudorationalisatie, een verdedigingsstrategie? Laten we ons hier niet overweldigen door de neiging tot het schrijven van een traktaat over de bijzonderheid van wat de ‘juridische waarheid’ wordt genoemd. Al is de waarheid in het algemeen eigenlijk altijd een koopwaar die het fabricaat is van een groepsconsensus. Met de ‘ware aard’ der dingen heeft de veelgeprezen maar ouderwets geworden waarheid nooit iets van doen gehad. Gelukkig eigenlijk! Stel je voor dat de aarde echt als een op hol geslagen paard rond de zon zou draaien. We zouden ons zonder aarzelen als lemmings van de Noorse fjorden gooien!

Mijn medepassagier op het vliegtuig naar Moskou, haalt de schouders op. Mijn verhalen missen duidelijk elke argumentatiekracht voor de manvrouw waarnaast ik toevallig verzeild ben geraakt. Een vreemd maar vermoedelijk heel eigentijds of zelfs futuristisch wezen, al voel ik niet de minste neiging om de ondergrondse gewelven van het ondergoed van deze hybride levensvorm aan een inspectie te onderwerpen. Veel grondstoffen zullen daar ook niet op te delven zijn.

“Hoezo?”
“Zoals u zelf aangaf. Die mensen spreken in het verleden. Ze spreken achteraf , nadat ze tot hun handtastelijkheden zijn overgegaan. Ze proberen zich te rechtvaardigen voor wat ze daarvoor al hebben gedaan.”
“U spreekt in het heden?”
“Uiteraard. Het is sterker dan mezelf, het is sterker dan ons! Maar ik heb nog niets gedaan. Ik spreek vooraf! Ik moet helemaal niets rechtvaardigen, ik moet achteraf geen uitspraken doen waarvan niemand kan weten of ze oprecht of gelogen zijn. Ik ben vooralsnog nergens schuldig aan. Ik moet dus ook met geen achteraf argumenten of verzinsels afkomen. Ik zeg alleen wat ik nu voel, wat ik al minstens een half jaar voel. Dat het sterker is dan mezelf.”
Ik voel een zekere bewondering voor de helderheid van het betoog dat de Moskouganger me kort en bondig opdist. Een zekere bewondering ook voor de sterkte van zijn of haar geest en verstand. Zijn/haar houding en gezicht stralen zelfbeheersing en zelfvertrouwen uit. Naast mij ervaar ik toch een ‘met Rede begiftigd wezen’, een voorbeeldig exemplaar van de ‘animal rationale’. Maar toch getuigt dat wezen, blijkbaar meer dan in woorden alleen, zo lijkt me, van een sterkte die sterker is dan de persoonlijke sterkte die hem/haar toelaat zichzelf in de hand te houden.
“U komt me nochtans over als een verstandig mens. Of sla ik de bal mis?”
“Mijn beste, we zweven hier in de wolken! Hier moet je niet onnozel doen! Maar hier beneden, mijn beste! Daar lopen we op de grond en wie daar denkt in de wolken te leven, bedriegt alleen maar zichzelf. Ik weet niet waar we nu boven vliegen, Oekraïne misschien. Ach, het maakt niet uit! Binnen een paar uur dolen we op de begane grond.”
“Beneden blijf je toch dezelfde mens, met dezelfde sterkte?”
“Ho ho! U bent oud en versleten, u zult al genoeg vreugdes hebben meegemaakt om tevreden te kunnen sterven. Maar mijn lijf is jong en ambitieus. Mijn ogen en spieren zijn nog niet op weg naar degeneratie.”
“En wat maakt dan voor u het verschil uit, hier beneden?”
“Zoals je zei: mijn persoonlijke sterkte blijft beneden misschien wel intact. Maar er zwelt een andere sterkte aan die enorm in kracht toeneemt en zich niet gelegen laat liggen aan de sterkte van mijn persoon. Het is dan veel sterker dan mezelf. Ik en eigenlijk iedereen moet dat leren positief te aanvaarden. Anders word je ziek. Je moet je persoonlijke sterkte in de wolken achterlaten!”
“Is het al niet erg genoeg beneden?”
“Bijlange niet! Het is nog altijd een kunstwerk op een sokkel, het is nog altijd pure kunstmatigheid. Puur is het verkeerde woord trouwens. Kunst is allesbehalve puur! Kunst is een soort rasvermenging, een gekruiste soort die zo steriel is als een muilezel.”
“Nu maakt u me toch een beetje bang. U kent toch uzelf, u weet wie u bent. Gnoothi seauton! En u gaat zich beneden overgeven aan uw ‘het’ dat u niet kent.”
“Precies! Maar het is mijn ’het’ niet! Trouwens ’s avonds komen we samen bij onszelf terug en krijgen ook nog een hoop geld. En ik hoef dat ‘het’ niet te kennen. Ik wil dat ook niet. Het zou onmiddellijk alle kracht verliezen.”
“Of misschien nog sterker worden!”
“Mijn beste, ik stel u deze vraag. Zou het leven ermee gebaat zijn als we wisten wat leven eigenlijk is?”
Ik kijk door het vliegtuigraampje naar beneden. En vraag mezelf af: welk deel van de mens is nu de maat der dingen?
De manvrouw naast me glimlacht. “Uw denken heeft nog nooit veel opgebracht, mijn waarde! Nietwaar?”
..




Volg

Get every new post delivered to your Inbox.